menu
MEC Leiderdorp -

Bloembollen: Goed en handig om te weten!

Botanische bollen en stinzenbollen zijn belangrijk!

Botanische bollen en stinzenbollen zijn belangrijk voor de biodiversiteit omdat ze al heel vroeg in het jaar bloeien, op een moment dat er nog weinig andere bloemen beschikbaar zijn. Daardoor vormen ze een cruciale voedselbron voor bijen, hommels, vlinders en andere bestuivers die uit hun winterrust komen. Zo komen hommelkoninginnen in februari of maart suf en hongerig uit hun overwinteringsplek tevoorschijn. Ze hebben direct voedsel nodig. De wilde bijen die snel daarna actief worden vliegen meestal maar 150 meter van het nest. Voedsel in de buurt is daarom levensbelangrijk.


Waarom zijn ze zo waardevol?

  • 1. Vroege nectar en stuifmeel: Soorten zoals sneeuwklokjes, krokussen, winterakonieten en lenteklokjes bloeien vaak al vanaf januari of februari. Ze leveren nectar en stuifmeel aan insecten wanneer voedsel schaars is. Dit helpt bestuivers te overleven en zich voort te planten.
  • 2. Ondersteunen van bestuivers: Veel botanische en stinzenbollen trekken wilde bijen, honingbijen, hommels, zweefvliegen en vlinders aan. Deze dieren zijn essentieel voor de bestuiving van wilde planten, fruitbomen en gewassen.
  • 3. Ze verwilderen en vormen duurzame plantengemeenschappen: Veel botanische en stinzenbollen kunnen zich zelfstandig uitbreiden. Hierdoor ontstaan natuurlijke bloemrijke plekken die jaar na jaar voedsel en leefgebied bieden zonder veel onderhoud.
  • 4. erhogen de soortenrijkdom: Door verschillende soorten bollen te planten, ontstaat een langere bloeiperiode en worden meer soorten insecten aangetrokken. Dat vergroot de biodiversiteit in tuinen, parken en landgoederen.
  • 5. Cultuurhistorische waarde: Stinzenplanten zijn vaak al eeuwenlang aanwezig rond oude buitenplaatsen, kastelen, boerderijen en kloosters. Ze vormen niet alleen een ecologische, maar ook een cultuurhistorische verrijking van het landschap.

Welke grond hebben bloembollen nodig?

Bloembollen groeien en bloeien eigenlijk in elke grondsoort, zolang de grond maar goed water doorlaat. De bol slaat namelijk in zichzelf voedingsstoffen op, dus voor de eerste bloei heb je geen mest nodig.
Wat ze wél haten: natte voeten. Zware klei waar het water op blijft staan of een laaggelegen plek waar het na regen blijft modderen, betekenen het einde van je bloembol. Verbeter zulke grond met grof zand voor je bollen plant, of plant in een verhoogd bed.


Moet ik na het planten water geven?

Voorjaarsbloeiers geef je direct na het planten een gietbeurt. Dat zet de bollen aan om wortels te maken. En hoe meer wortels er voor de winter zijn, hoe beter de bol tegen kou kan.
Daarna neemt de natuur het werk over: regen is meestal voldoende. Alleen bollen in pot blijven aandacht vragen, want potgrond droogt sneller uit dan tuinaarde. Houd de potgrond licht vochtig, niet zompig nat.


Komen bloembollen elk jaar terug?

Niet alle bloembollen komen elk jaar even goed terug. Grofweg zijn ze in drie groepen te verdelen:

  • Enkeljarig: bloeien het eerste jaar in volle pracht, het tweede jaar nog wat, en daarna nauwelijks meer. Veel moderne tulpencultivars vallen in deze groep.
  • Meerjarig: komen jarenlang terug op dezelfde plek.
  • Verwilderend: komen niet alleen terug, ze breiden zich ook nog eens uit door zaad of door zich onder de grond te splitsen. Geef je ze de ruimte, dan heb je er jaren plezier van.

Let op! Laat na de bloei het loof gewoon afsterven. Niet meteen wegmaaien. De plant trekt al het voedsel uit de bladeren terug in de bol als opslag voor volgend jaar. Pas als het blad helemaal geel of bruin is, mag het weg.

Tip: Knip uitgebloeide bloemen direct af. Zo zorg je dat alle energie naar de bol gaat en niet naar het maken van zaden.


Kun je bloembollen bewaren als je ze niet meteen plant?

Bloembollen kun je eigenlijk niet bewaren. Bollen liggen in een soort slaapstand en wachten op een seintje om te groeien. Hoe langer ze boven de grond liggen, hoe slechter ze worden. Plant ze dus zo snel mogelijk. Lukt dat echt niet? Bewaar ze op een droge, koele plek (garage, kelder, zolder, koude schuur). Pas op dat ze niet gaan schimmelen. Hoge luchtvochtigheid is de vijand. Ontdek je schimmel op de bollen, laat ze dan even drogen en plant ze daarna meteen.

Let op! Er zijn uitzonderingen
Sneeuwklokjes (Galanthus), winterakoniet (Eranthis hyemalis) en Kievitsbloem (Fritillaria meleagris) drogen veel sneller uit dan andere bollen. Die moet je echt meteen na ontvangst planten, anders zijn ze al halfdood voor ze de grond bereiken.

En als je écht te laat bent?

Soms vergeet je een zakje bollen en is het al januari of februari geworden. Plant ze dan tóch alsnog. In de grond zetten is altijd beter dan wachten tot volgend najaar, want dan kun je ze weggooien. Ze lopen vaak gewoon nog uit, ook al ben je laat. De eerste bloei kan mager zijn (kortere stelen, minder bloemen), maar meerjarige bollen herstellen zich in volgende seizoenen vaak prima.


De voedselboog; waarom de boerenkrokus en andere vroege voorjaarsbollen zo belangrijk is in de winter

Het begrip bloeiboog is bij veel tuineigenaren wel bekend, maar eigenlijk hebben we het liever over een voedselboog. Want ook planten die (nog) niet bloeien, leveren voedsel en schuilplekken voor insecten, vogels en andere dieren. In een tuin waar groei-, bloei- en vruchtmomenten elkaar opvolgen, ontstaat zo een doorlopende voedselketen. Het hele jaar door.
Wie in de tuin rekening houdt met de voedselboog, denkt verder dan bloemen alleen. Door planten te laten staan, vroege bloeiers aan te planten en ook zaden en structuren te waarderen, ontstaat een tuin die dieren het hele jaar door ondersteunt.

De boerenkrokus als startpunt van de voedselboog

Krokussen horen bij de vroegste bloeiers. Dat geldt zeker voor de boerenkrokus (Crocus tommasinianus), die soms al in januari boven de grond piept. Dat is precies de reden waarom deze stinzenplant zo waardevol is. Met boerenkrokussen in de buurt kunnen wakker geworden bijen, hommels en overwinterende vlinders meteen voedsel vinden.
Leuk aan de boerenkrokus is ook dat de zaden heel aantrekkelijk zijn voor mieren. Er zit een voedzaam uitsteeksel op – het mierenbroodje – waar mieren gek op zijn. Ze slepen het zaad mee naar hun nest en zorgen zo voor de verspreiding.

Meer schakels in de voedselboog

De boerenkrokus staat niet op zichzelf. Ook andere bollen en planten spelen, ieder op hun eigen moment, een rol in de voedselboog. Denk bijvoorbeeld aan een hazelaar (Corylus avellana). Een zeer vroege bloeier en windbestuiver, maar vooral belangrijk door de noten. Die vormen voedsel voor vogels en kleine zoogdieren. Andere planten en struiken zijn: wilg (Salix) en sleedoorn (Prunus spinosa). Samen met vroege bloembollen zorgen zij voor een aaneengesloten voedselaanbod voor insecten in het vroege voorjaar.


Welke botanische bloembollen zijn er nog meer?

Tussen januari en juli kun je met de juiste bollen bijna onafgebroken bloei in je tuin hebben. Onderstaand overzicht laat zien wanneer welke voorjaarsbloeier bloeit, hoe hoog ‘ie wordt, en hoe diep je ‘m plant.
Allemaal te planten tussen september en december (vóór de eerste vorst), met uitzondering van sneeuwklokjes en winterakonieten, die direct na ontvangst de grond in moeten.

Bloembol

  • Sneeuwklokje (Galanthus nivalis)
    Bloeitijd: jan-feb
    Hoogte: ca. 10 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Winterakoniet (Eranthis hyemalis)
    Bloeitijd: jan-feb
    Hoogte: ca. 10 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Bonte krokus (Crocus vernus)
    Bloeitijd: feb-mrt
    Hoogte: ca. 10 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Boerenkrokus (Crocus tommasinianus)
    Bloeitijd: feb-mrt
    Hoogte: ca. 10 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Blauwe anemoon (Anemone apennina)
    Bloeitijd: mrt-apr
    Hoogte: ca. 10 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Middelste sneeuwroem (Chionodoxa luciliae)
    Bloeitijd: mrt-apr
    Hoogte: ca. 10-15 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Kleine sneeuwroem (Chionodoxa sardensis)
    Bloeitijd: mrt-apr
    Hoogte: ca. 10-12 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Vroege sterhyacint (Scilla bifolia)
    Bloeitijd: mrt-apr
    Hoogte: ca. 15 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Oosterse sterhyacint (Scilla siberica)
    Bloeitijd: mrt-apr
    Hoogte: ca. 15 cm
    Plantdiepte: 5 cm
  • Wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus)
    Bloeitijd: mrt-apr
    Hoogte: ca. 30-40 cm
    Plantdiepte: 15 cm
  • Witte narcis (Narcissus poeticus)
    Bloeitijd: mrt-apr
    Hoogte: ca. 30-40 cm
    Plantdiepte: 15 cm
  • Bostulp (Tulipa sylvestris)
    Bloeitijd: apr
    Hoogte: ca. 15 cm
    Plantdiepte: 10 cm
  • Wilde hyacint (Hyacinthoides non-scripta)
    Bloeitijd: apr
    Hoogte: ca. 25 cm
    Plantdiepte: 15 cm
  • Kievitsbloem (Fritillaria meleagris)
    Bloeitijd: apr
    Hoogte: ca. 25 cm
    Plantdiepte: 10 cm
  • Vogelmelk (Ornithogalum umbellatum)
    Bloeitijd: mei
    Hoogte: ca. 30 cm
    Plantdiepte: 5-10 cm

Deel deze pagina

FacebookTwitterWhatsApp
MEC Leiderdorp - lijn